Category Archives: Nieuws

  • -

Marcus Meyer gepromoveerd op onderzoek naar de positie van Nederlandse ondernemingsraden in multinationals

Category : Nieuws

Meyer, Marcus (2018), The Position of Dutch Works Councils in Multinational Corporations, Maastricht Law Series 3, Eleven International  Publishing, Boom uitgevers, Den Haag.

Lees hier een recensie.


  • -

Bevordering van de naleving van de WOR: Minister stuurt brief naar de Tweede Kamer over het Nalevingsonderzoek van 2017

Category : Nieuws

In zijn brief van 5 maart 2018 schrijft de minister dat flexwerkers bij de medezeggenschap betrokken kunnen worden onder de huidige wet en regelgeving, maar dat blijvende aandacht belangrijk is. Hij wil dat ook onder de aandacht brengen van de sociale partners in de SER.

In feite is dit een opvallende inhoud van de brief, omdat inmiddels duidelijk is geworden dat zowel het ministerie als de SER/CBM beide een vorm van onderzoek hebben uitbesteed naar de vraag hoe het nalevingspercentage kan worden opgehoogd.  Nadere bijzonderheden van deze uitgezette opdrachten ontbreken ons nog. Uit vroeger onderzoek is wel bekend dat het niet naleven van de WOR (lees: het niet instellen van een OR volgens de WOR) voornamelijk geconcentreerd is in kleinere ondernemingen (50 -75 werknemers) in een reeks van specifieke branches. We zijn benieuwd of de onderzoekers hier oplossingen voor kunnen aandragen.

Dan nog een opmerking:  bij ‘actueel’ val je meteen in het integrale verslag van het jaarcongres 2018. Dat is niet de bedoeling. Er was een beknopt verslag van Danella Zuidema. Dat moet hier komen. Er moet daarna dan een  ‘lees verder’ komen met het nu geplaatste hele verslag.


  • -

Marcus Meyer gepromoveerd op onderzoek naar de positie van Nederlandse ondernemingsraden in multinationals

Category : Nieuws

Maandag 9 april verdedigde Marcus Meyer in de aula van Universiteit van Maastricht zijn omvangrijke (510 pagina’s) proefschrift getiteld  “The position of Dutch Works Councils in Multinational Corporations. Bij de opponenten was er veel  lof voor de aanpak van zijn onderzoek.  Het viel ons op dat de vragen die gesteld werden twee strekkingen kenden.  Staat het Nederlandse medezeggenschapsrecht niet op gespannen voet met internationale regelingen? En: hoe kan met name de naleving van de structuurwet verbeterd worden? Marcus reageerde vlot op de vragen. In zijn opening had hij al gewezen op het belang van medezeggenschap ook in multinationals, omdat het goed is voor het functioneren van de onderneming en omdat medezeggenschap een grondrecht van werknemers is. Weinig gingen de opponenten in op de nadere details van de onderzoeksresultaten en op de methodische onderbouwing. Wij hopen hier binnenkort nader op in te gaan.  Tot slot feliciteerde promotor professor Ferdinand Grapperhaus (nu minister van Justitie) de promovendus met wat toch merendeels een solo-exercitie was.


  • -

Verslag Jaarcongres 2018 van de SOMz op 8 januari 2018 in het Academiegebouw van de Universiteit Utrecht

Category : Nieuws

Opening door Simone van Houten

foto: N.Manshanden

Simone van Houten-Pilkes opent als dagvoorzitter de bijeenkomst. Zij heet iedereen welkom en merkt op dat dit congres erop gericht is een brug te slaan tussen wetenschap en medezeggenschap, evenals bij voorgaande congressen het geval was.

Vandaag zal professor Jan Kees Looise de inleiding op het programma verzorgen. Professor Ben Dankbaar zal een inleiding geven over technologische innovaties en Dr. Jan Popma zal spreken over technologie, arbeidsomstandigheden en medezeggenschap. Professor Hans Schenk zou een inleiding geven over robotisering en strategische besluitvorming maar om dringende familieomstandigheden is hij helaas verhinderd. In zijn plaats zal professor Frank Pot een inleiding houden. Voor deelname aan het forum hebben helaas twee COR-/OR-leden van KPN moeten afzeggen.

Inleiding op het programma door Jan Kees Looise, emeritus hoogleraar Universiteit Twente

Looise heet de aanwezigen welkom op dit 4e SOMz-congres. Bij de eerste twee congressen lag de nadruk op de brug tussen wetenschap en medezeggenschap. Vorig jaar is gekozen voor een aantal kernthema’s en dit jaar staat het specifieke, actuele thema robotisering, technologische innovaties en medezeggenschap centraal.

SOMz bestaat bijna vijf jaar en drijft op vrijwilligerswerk. Dit vanuit de gedachte: de rol van medezeggenschap in de maatschappij is het waard om onder de aandacht te worden gebracht en om te relateren aan onderzoek. SOMz heeft daarvoor de bodem gelegd door te initiëren, stimuleren en adviseren en door uitkomsten van onderzoek te verspreiden en daarop commentaar te leveren.

Jaarlijks organiseert SOMz een succesvolle onderzoekersmeeting, waar onderzoekers op medezeggenschapsterrein hun kennis en ervaringen uitwisselen. Suggesties voor thema’s voor deze bijeenkomsten zijn welkom.

Het thema van vanmiddag vliegen we breed aan met een inleiding van professor Ben Dankbaar over technologische innovaties en een presentatie van Dr. Jan Popma over de rol van de medezeggenschap in organisaties. Professor Hans Schenk zou spreken over strategische besluitvorming rond robotisering. Omdat hij verhinderd is, zal professor Frank Pot in zijn plaats spreken.

Bij de forumdiscussie zullen wat kritische noten worden gekraakt. Over technologische ontwikkelingen wordt in dit land veel gesproken, maar weinig gedaan. Samenwerking is er weinig. Gesproken wordt vooral over de macro-effecten; niet over de veranderingen op de werkplekken en in het werkproces. In tegenstelling tot Scandinavië is hier vanuit de overheid weinig ondersteuning van toegepast onderzoek op dit gebied.

Jan Kees Looise Presentatie SOMz jaarcongres 2018 (PDF)

foto: N.Manshanden

 

Inleiding Ben Dankbaar, emeritus hoogleraar Radboud Universiteit Nijmegen en partner in InnoTep

Laat die robots maar komen!

Dankbaar is emeritus-hoogleraar bedrijfskunde en heeft politicologie gestudeerd in Amsterdam. Hij heeft onderzoek gedaan in de automobielindustrie en daarover gepubliceerd. Ook sociotechniek en zelfsturende teams hadden zijn aandacht. Volgens Dankbaar zijn de huidige ontwikkelingen allemaal niet zo vreselijk nieuw. Humanisering van de arbeid is iets dat al veel langer speelt. Dankbaar wil met een positieve insteek en vanuit historische perspectief naar het thema kijken. De titel van zijn presentatie is:

Laat die robots maar komen!

Dankbaar start met een citaat van Marx & Engels uit het Communistisch Manifest (1848):

‘De bourgeoisie kan niet bestaan zonder de productiemiddelen, dus de productieverhoudingen, dus de gezamenlijke maatschappelijke verhoudingen voortdurend te revolutioneren. Onveranderde instandhouding van de oude productiewijze was daarentegen de eerste bestaansvoorwaarde van alle vroegere industriële klassen. De voortdurende omwenteling van de productie, (…) de eeuwige onzekerheid en beweging onderscheidt de bourgeoisperiode van alle andere.’

Uit dit citaat blijkt dat we voortdurend te maken hebben met maatschappelijke ontwikkelingen. De wereld gaat er anders uitzien omdat er nieuwe mogelijkheden zijn, maar de concrete veranderingen hangen samen met onder meer de politieke verhoudingen en het opleidingsniveau van de bevolking. Omdat de productie, die eerder met werktuigen werd gerealiseerd, werd overgenomen door machines was het niet meer mogelijk thuis te produceren. De activiteiten werden verplaatst naar de fabriek.

De volgende revolutie – elektriciteit – leidde ertoe dat machines overal konden staan. Sinds die tijd is er onder meer met de ontwikkeling van computers ontzettend veel gebeurd. Als derde revolutie kunnen we de informatisering beschouwen, die nu nog steeds voortgaat. We zien nu de golf opkomen van mogelijk de vierde revolutie, die van de life sciences, te verwachten in 2050.

De lopende band was een nieuwe ontwikkeling die de eerste drie kwart van de 20e eeuw heeft beïnvloed. Dit leidde tot massaproductie en massaconsumptie en tot dalende werkgelegenheid. De maakindustrie liet een daling tot 15% zien. De landbouw kent een nog lagere werkgelegenheid. De totale landbouwproductie wordt met verhoudingsgewijs zeer weinig werkers gerealiseerd. Toch is de werkgelegenheid in zijn totaliteit enorm toegenomen.

Dankbaar haalt Schumpeter aan die vindt dat je onderscheid moet maken tussen uitvinden en innoveren. Uitvinden is iets nieuws bedenken. Innoveren is je vinding in contact brengen met de koopkrachtige vraag. De ondernemer is de bron van innovatie.

Een ontwikkeling die heeft plaatsgevonden is naar steeds grotere ondernemingen. De grote ondernemingen nemen de kleine ondernemers over. Er is nu veel meer concurrentie tussen ondernemingen. Er vindt bovendien routinisering van de innovatie plaats en de R&D wordt minder en duurder. De invloed van externe geldverschaffers neemt toe. Overigens is een ondernemer niet per se een kapitalist; het is veeleer iemand met ideeën. Ondernemers die nieuwe dingen doen hoeven niet per se snel rijk te worden.

Innovaties lukken niet altijd. Het is een kwestie van geluk hebben. Uiteindelijk moet je erin geloven. Mensen met een bèta en techniek-achtergrond zijn eerder geneigd te investeren dan financieel geschoolden. Hoe beter je weet wat je wil, hoe gemakkelijker je kunt managen.

Wat betreft het thema technologie en klassenstrijd (uitbuiting ) merkt Dankbaar op dat we verschil moeten maken tussen proces-innovaties, die inderdaad tot minder werkgelegenheid leiden en productinnovaties, waarbij nieuwe producten tot nieuwe werkgelegenheid leiden.

Bij het besluit tot robotiseren gaat het niet alleen om besparing op de arbeidskosten. De kwaliteitsafweging zal daar altijd een rol bij spelen. Het is niet zo dat de nadruk ligt op het verdwijnen van banen. Die hype (McKinsey: 51% van de banen is kwetsbaar voor vervanging door robots) is paniekzaaierij. Er zal deels sprake zijn van verdwijning van banen, maar er zullen ook nieuwe banen komen. Een deel van de banen gaat vermoedelijk sterk veranderen.

Een actueel probleem is dat we het gevoel hebben dat de nationale overheid de zaak niet in de hand heeft. Onduidelijk is of dit terecht is. De overheid kan zorgen voor sociale zekerheid en voor medezeggenschap. Maar het is twijfelachtig of bijsturing zoals Keynes bepleitte nog mogelijk is. Er is een verschil tussen staatsmacht en economische macht.

De door Dankbaar benoemde ontwikkelingen vragen om aanpassing van de werknemers. Onderwijs is van belang. We moeten leren te leren en we moeten nieuwe dingen doen. Dan gaat het niet alleen of niet zozeer om onderwijs. Dat werknemers kunnen leren van hun werk op de werkvloer, wordt steeds belangrijker. Daarom pleit Dankbaar ervoor dat werknemers regelmatig van taken en van functie wisselenZijn oproep is: ondernemer maak gebruik van al aanwezige mensen!

Ben Dankbaar presentatie 8 jan 2018 (PDF)

Inleiding professor Frank Pot, Radboud Universiteit Nijmegen

Robotisering in goede banen leiden

foto: M. de Bouter

Pot presenteert twee voorbeelden van fietsen maken: Gazelle waar sprake is van cyclische arbeid van 90 seconden en Koga waar een monteur een hele fiets maakt. Bij Gazelle gaat het niet om arbeid waarvan je iets leert. Dit laat zien dat er keuzemogelijkheid is. Pot haalt Ir. Theo van der Waerden (1911) aan die begin vorige eeuw onderzoek deed naar de invloed van abeidssplitsing op de bekwaamheid van de arbeider. De wetenschappelijke bedrijfsorganisatie van Taylor leidde tot ontscholing. Maar je moet het Taylorisme zien tegen de achtergrond van de toenmalige Amerikaanse situatie (veel ongeschoolde arbeiders). Er deden zich een aantal dilemma’s voor zoals massaproductie en kwaliteit van de arbeid, werkgelegenheid op de kortere en langere termijn en vakmanschap en welvaart.

In 1923 verscheen het rapport medezeggenschap en bedrijfsorganisatie van SDAP en NVV, een compleet voorstel voor een wet op de medezeggenschap. Er kwamen cao’s op initiatief van de werkgevers: die wilden niet concurreren op arbeidskosten. Later deden zich vergelijkbare discussies voor zoals bij automatisering in de jaren ’60 en ’70 en informatietechnologie en micro-elektronica in de jaren ’80 en ’90. In de jaren’80 ging het over werken met beeldschermen. De FNV was in die jaren zeer actief met haar steunpunt technologie.

Ontwikkelingen als de micro-elektronica, de ict en robotisering spelen al vanaf de jaren ’80 van de vorige eeuw. Doorgaans wordt gevreesd voor banenverlies, maar de netto-arbeidsparticipatie blijkt te zijn gestegen van 52,4% in 1987 naar 65,7% in 2014. Ronald Berger heeft een prognose gemaakt dat er in West-Europa 8.3 mln. banen verloren gaan. Maar er zouden 10 mln. nieuwe banen ontstaan.

Vanaf de jaren ’50 van de vorige eeuw is de SER bij de ontwikkelingen betrokken geweest. In september 2016 kwam de SER niet tot een advies, maar tot een verkenning en een werkagenda. De platformeconomie is een groot probleem. Die ‘wild west’ moeten we reguleren.

Bij de invoeren van nieuwe technologieen worden alerlei fouten gemaakt die kunnen worden vermeden. Denk aan de fout van top-down innoveren, aan eerst innoveren en dan pas organiseren. Belangrijk is de werknemers te betrekken, met name bij procesinnovaties.

‘Op weg naar de chemicus 4.0’ verwijst naar de grote uitdagingen voor de chemiesector in de komende decennia. Door de transitie en de voortschrijdende digitalisering zullen werkprocessen ingrijpend wijzigen. Betrokkenheid van ondernemingsraden is daarbij van belang.

Vernieuwing in de medezeggenschap is altijd nodig, zolang men zich wel realiseert dat werknemersparticipatie en informele medezeggenschap iets anders is dan formele medezeggenschap. Dit, omdat de machtsverhoudingen en doelen in beide situaties verschillen.

Wat betreft de positie van de werknemersorganisaties heeft de FNV nog niet echt een beleid vastgesteld op dit thema. Het nieuwe bestuur moet zijn draai nog vinden. Wat betreft de werkgevers zie je dat er altijd wel arrogante types zijn die het zonder inschakeling van de werknemers wel denken te kunnen fixen.

Uit de zaal (Smit) komt de vraag in welk opzicht robotisering van automatisering verschilt. Dankbaar zegt geen principieel verschil te zien. Robotisering omvat alle programmeerbare industrie die menselijke activiteiten kan overnemen.

Op een andere vraag uit de zaal antwoordt Pot dat kostenstrategie gaat om het goedkoper maken van producten of diensten, terwijl differentiatie het uitvinden van nieuwe producten betreft.

Frank Pot SOMZ 8 januari 2018 (PDF)

Inleiding dr. Jan Popma, beleidsmedewerker FNV

Nieuwe technologieën, medezeggenschap en het nut van science fiction

Popma heeft filosofie gestudeerd en vindt het leuk na te denken over vragen als: wat is het nut van science fiction voor de medezeggenschap?

Popma denkt dat het op de korte termijn wat betreft de werkgelegenheidsgevolgen wel mee zal vallen. Op dit moment zijn de ‘werknemers immers niet aan te slepen’. Wat betreft de arbeidsomstandigheden zijn er regels en die moeten wel worden nageleefd. Het gaat Popma erom hoe op de langere termijn de kwaliteit van de arbeid eruit komt te zien. Nieuwe technologie is een breder begrip dan enkel robotisering. Het gaat om de vraag wat de gevolgen over 20 jaar zijn. Wat de rol van de OR betreft, zoals bekend heeft deze adviesrecht (organisatieverandering) en instemmingsrecht (aanstellingsbeleid, personeelsbeoordeling, controlesystemen). Voor de OR is een anticiperende benadering van belang En een breder blikveld dan enkel de gevolgen voor de werkgelegenheid. De OR moet open staan voor onverwachte gevolgen en science fiction inzetten om ‘out of the box’ te denken.

De vraag is wat er gaat gebeuren als artificiële intelligentie op alle fronten slimmer is dan de mens. Dat dit gaat gebeuren staat vast, maar onduidelijk is wanneer. Je kunt de toekomst niet voorspellen, maar je kunt je wel oefenen in het bedenken wat er zou kunnen gebeuren en hoe je daar dan op wilt reageren. Daar zijn verschillende technieken voor.

Popma noemt met name scenario-verkenningen, future analysis en forecasting-technieken. Van belang bij scenario-denken is om na te gaan welke vraagstukken op ons afkomen. Het gaat erom zo vroeg mogelijk duidelijk te krijgen waar het heen zou kunnen gaan, zodat bepaald kan worden hoe je daar sturing aan kunt geven. Popma roept ook op om ‘down to earth’te blijven. Vraag aan de werknemers wat zij denken dat er gaat gebeuren. Dat levert al veel stof tot nadenken.

Popma stelt de volgende vraag aan de zaal: stel dat de medische technologie het mogelijk maakt van een afstand te bepalen of iemand een bepaalde ziekte heeft. Hoe zou dit door een arbeidsorganisatie gebruikt kunnen worden?

Uit de zaal komen de volgende antwoorden:

  • Vaststellen of mensen met bepaalde stoffen mogen werken.
  • Gebruiken voor werving en selectie.
  • Sollicitatierobots uitrusten met deze technologie.
  • Achterhalen waarom sollicitanten worden afgewezen.

Bij dergelijke technologie is het van belang dat de OR meedenkt in de ontwikkelfase. Daarvoor is een aantal besliscriteria nodig: ethical, legal, social implications (ELSI).

Privacy bijvoorbeeld, is een ethische kwestie: een vinding als wearables heeft effecten op de privacy. Zo acht de Autoriteit Persoonsgegevens het gebruik van wearables in strijd met de privacy.

Ook juridische aspecten spelen een rol: de wet op de privacy, de wet gelijke behandeling en de wet medische keuringen.

En dan zijn er de sociale criteria. Het gaat vooral om de 4 aspecten van de kwaliteit van de arbeid: arbeidsvoorwaarden, arbeidsinhoud, arbeidsverhoudingen en arbeidsomstandigheden.

Het nut van bezinning op dit thema is niet zozeer voorspellingen te doen maar na te denken over de vraag welke ontwikkelingen zich voordoen en hoe die eruit zouden kunnen zien. Het gaat om anticiperen. Voor de OR is het trechtermodel handzaam: hoe vroeger de OR in het proces betrokken is, hoe meer ruimte er is de besluitvorming te beïnvloeden.

De FNV werkt aan een programma waarin vier punten centraal staan: technology assesment (light), ontwikkeling van beoordelingscriteria, handreiking voor implementatie en effectmeting.

Jan Popma SOMz en robotisering (PDF)

Forumdiscussie en zaalgeluiden

Ruud van der Wel

Ruud van der Wel is gevraagd een reactie te geven op de presentaties Hij werkt als hoofd HRM internationale arbeidsrelatie van Maersk aan de ontwikkeling van het arbeidsvoorwaardenbeleid. Ook daar speelt automatisering. Van der Wel heeft een guideline geschreven hoe om te gaan met digitalisering en technologisering.

In reactie op Looise geeft Van der Wel aan dat er binnen Maersk wel degelijk een concrete aanpak is voor de gevolgen van digitalisering. De gemeente Rotterdam heeft meegedacht over de ontwikkeling van de werkgelegenheid in de Rotterdamse haven.

Dankbaar stelt dat we invloed hebben op de vraag hoe we omgaan met technologische mogelijkheden. Van der Wel is het hiermee eens. Bij Maersk is die invloed er. Het bedrijf zal nooit automatiseren enkel vanwege de kosten of om te besparen op arbeidskrachten. Voor de wijze waarop nieuwe technologie wordt ingezet, is draagvlak nodig bij werknemers en bij klanten.

Van der Wel herkent de opmerking van Dankbaar dat de angst voor het verdwijnen van banen ‘paniekzaaierij’ is. Van der Wel vindt overigens dat je de angst van mensen voor mogelijk verlies van hun baan serieus moet nemen. Wat op ons afkomt, is behoorlijk onzeker. Hij noemt het voorbeeld van Deutsche Post waar een commissie is ingesteld om het thema van de nieuwe technologie te demystificeren. Dit is beduidend veel beter dan een groep mannen achter gesloten deuren plannen te laten maken voor robotisering. Medewerkers moeten kunnen meepraten, anders krijg je angst.

Pot geeft aan dat de menselijke kant van het verhaal niet vergeten mag worden. Evenals bij Maersk, een Deens bedrijf, gebeurt, moet er in bredere zin worden nagedacht over de vraag: Hoe kunnen we mensen op een moderne en slimme manier betrekken bij nieuwe technologie?

Popma: in plaats van angst en onzekerheid helpt het als de OR op een nuchtere manier meedenkt over bijvoorbeeld de modernisering van een terminal. Medewerkers die eerder hoog in een kraan zaten, zitten nu op kantoor achter een beeldscherm met joysticks. Het gaat erom de mensen bij deze ontwikkeling te betrekken en ze om te scholen.

Vanuit de zaal (De Rijk) wordt opgemerkt dat de OR bij robotisering al snel stuit op de grenzen van de WOR en dat het belangrijk is goed gebruik te maken van het art. 24-overleg.

Eveneens vanuit de zaal noemt Zonneveld een aantal voorbeelden waar de inbreng van de medewerkers en van de medezeggenschap te wensen overlaat. Zo heerst bij Jumbo het Taylorisme. Slechts een derde deel van de medewerkers is in vaste dienst en twee derde werkt als uitzendkracht van wie het contract per week kan worden opgezegd. Er wordt gewerkt aan een geautomatiseerd magazijn, maar medewerkers hebben daarbij geen inbreng. Een ander voorbeeld betreft zelfsturende teams in een instelling voor gehandicaptenzorg waar elk jaar 200 van de 800 medewerkers opstappen.

Volgens Pot gaat het bij zelfsturende teams mis als medewerkers verantwoordelijkheden hebben, maar geen bevoegdheden. Hij noemt als voorbeeld DHL waar gewerkt wordt aan order picking met google glass. De OR is daarbij betrokken.

Volgens een andere opmerking uit de zaal draagt het gebruik van science fiction het risico van determinisme in zich. Het kan als aanleiding worden gebruikt om het te hebben over oude problemen in de medezeggenschap. In reactie daarop preciseert Popma dat het niet zozeer om science fiction gaat als wel om de verbeeldingskracht van de werknemers om ontwikkelingen in kaart te brengen.

Dankbaar stelt dat het aardige van science fiction is dat de mens uiteindelijk altijd wint. Hoewel we niet precies snappen hoe een auto in elkaar zit, rijden we er wel in. Dankbaar wijst op de plicht van de wetenschap optimistisch te zijn. Er kan altijd meer dan je denkt.

Een trainer in de zaal (Severinck) vraagt zich af of hij niet de verkeerde ondernemingsraden als klant heeft. Het afgelopen jaar heeft hij niet een keer te maken gehad met een adviesaanvraag over nieuwe technologie.

Volgens Van der Wel komen niet alle trajecten bij de OR terecht. Gaat het om ingrijpende ontwikkelingen met grote impact op medewerkers, dan moet de OR er uiteraard bij worden betrokken.

De Rijk wijst vanuit de zaal op een andere taak van de OR: erop toezien dat medewerkers die zich omscholen, certificaten krijgen.

SOMz-voorzitter Jan Heijink geeft aan dat Hans Schenk in zijn inleiding zou zijn ingegaan op de vraag op centraal niveau besluiten worden genomen. Hij zou dit baseren op internationaal onderzoek en zou hebben gezegd dat we de zogenoemde ‘disruptie’ moeten ontmaskeren. Van belang is dat de OR via het netwerk invloed krijgt en contact onderhoudt met de commissarissen. In overleg met Schenk zorgt Heijink ervoor dat de deelnemers een impressie van de gedachtegang van Schenk krijgen toegestuurd (zie bijlage).

Vanuit de zaal geeft De Rijk aan dat het belangrijk is dat ondernemingsraden mensen met kennis voordragen voor een zetel in de Raad van Commissarissen.

Heijink maant de opleiders in de zaal de OR’s erop te wijzen dat zij deskundigen kunnen inhuren. OR’s zijn daar te bescheiden in. Ze gaan te weinig op scholing terwijl deze nodig is om countervailing power op te bouwen.

Vanuit de zaal wijst V.d. Tillaart op het belang van een dialoog op bedrijfsniveau: waar staan we? Wie hebben we in dienst? Welke mogelijkheden krijgen medewerkers om zich te ontwikkelen? De OR moet het beeld van de werkgever bijstellen dat een groot deel van het personeel niet mee zou kunnen in technologische ontwikkelingen.

Van der Wel geeft het verschil aan tussen innovaties en bedrijfsovernames. Van de laatste mislukken er veel als gevolg van cultuurverschillen. Hij wil af van het machtsdenken en geeft er de voorkeur aan te praten in termen van ‘countervailing influence’ en partnerships. De directie heeft de medezeggenschap nodig als gesprekspartner.

Dankbaar definieert macht als het vermogen mensen dingen te laten doen, die ze zonder macht niet gedaan zouden hebben. Dit is nodig in organisaties. Werknemers mogen er best eens toe worden gebracht iets te doen.

foto: N.Manshanden

 Afsluiting

Dagvoorzitter Van Houten dankt de aanwezigen in de zaal voor hun inbreng en nadat de inleiders een kleine attentie ontvangen van SOMz-bestuurslid Danella Zuidema sluit zij de bijeenkomst.

Marianne van der Pol, m.m.v. Jan Heijink,
Nijmegen januari 2018


  • -

Datum van congres conflicthantering is verzet

Category : Nieuws

Het geplande congres van 8 maart over collectieve conflicthantering is verzet naar woensdag 25 april. Ons bereikt het bericht dat ondanks veel belangstelling de datum een probleem vormde. De SOMz heeft medewerking verleend aan de voorbereiding van het congres en we hopen dan ook dat 25 april voor veel belangstellenden meer geschikt is. De thematiek is belangwekkend genoeg.

Op 25 april 2018 organiseert dr. Katalien Bollen van de Universiteit Maastricht in samenwerking met de KU Leuven en SBIFormaat en met medewerking van de SER en van de SOMz een landelijk congres over de vraag hoe partijen als OR, vakbonden en ondernemings-bestuur omgaan met collectieve conflicten en wat de rol daarbij is van mogelijke interveniërende derden zoals adviseurs, mediators, juristen en de Bedrijfscommissies.

Deelname is open voor alle betrokken partijen en interveniërende derden.

Het congres is een onderdeel van het Europees project ’Third Party Interventions in Collective Conflicts in Organisations’ dat gesubsidieerd wordt door de Europese Commissie en dat tot doel heeft constructief conflictmanagement in organisaties te bevorderen. In het kader van dit project worden zowel interveniërende (derde) partijen als de conflictpartijen bevraagd over de praktijk van het omgaan met conflicten en hun tevredenheid hiermee. Het congres op 8 maart maakt onderdeel uit van dit project.

U kunt zich voor het congres aanmeldelden via deze link: https://www.sbiformaat.nl/training/conflicten-organisaties-voorkomen-beter-dan-genezen.

 


  • -

Naleving van de WOR zorgwekkend?

Category : Nieuws

Geen harde conclusie te trekken

Vrij onopvallend heeft de vorige minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Lodewijk Asscher) het rapport van het ‘Nalevingsonderzoek 2017’ in september vrijgegeven. In de loop van de maanden komt de publiciteit erover op gang. Het staat er niet zo goed voor met de naleving van de WOR en met de medezeggenschap, concludeerden journalisten, de FNV en de leden van de SER/CBM. Maar harde conclusies mag je niet trekken op grond van dit onderzoek en dit rapport, zo concludeert de SOMz. Door de opzet en uitvoering van het onderzoek en op grond wat daarvan in het rapport is opgenomen is een betrouwbare vergelijking met de resultaten van voorgaand onderzoek niet goed mogelijk. Al met al een ‘gemiste kans’ schrijft Jan Heijink in OR Magazine. Wat gaat de politiek doen met de resultaten en vooral: wordt vervolgonderzoek deugdelijker opgezet?

Naar we weten starten zowel de SER als het ministerie van SZW een project dat beoogt de naleving van de WOR te bevorderen. Volgens een resultaat van het Nalevingsonderzoek heeft slecht 67% van de ondernemingen, die een OR zouden moeten hebben, daadwerkelijk een wettig medezeggenschapsorgaan (OR). In 2011 was dat nog 71%. Hoe alarmerend dat is en ook of er veel aan te doen is, is nog maar de vraag. Doordat de methode van onderzoek in 2017 afwijkt van die in 2011, is het verschil niet zonder meer valide. Wel blijkt dat niet naleving van de verplichting in ongeveer dezelfde soort kleine ondernemingen plaatsvindt. Vooral in ondernemingen die iets meer dan 50 medewerkers hebben (de grens ondergrens van de instellingsverplichting). In grotere ondernemingen is de naleving aanzienlijk beter. In deze kleine ondernemingen is de behoefte aan een OR vaak niet aanwezig, zo zegt de directeur desgevraagd. Maar, is dat ook de mening van de werknemers?

Uit betrouwbare bron vernemen we dat nogal wat van die kleine werkgevers wel bezig zijn een OR in te stellen. Ook zou men in voorkomende gevallen recent boven de 50 medewerkers zijn uitgegroeid (einde van de recessie?). Hoe het ook zij, de SER/CBM en het ministerie van SZW gaan er verder aandacht aan besteden.

Het commentaar van de SOMz op de kwaliteit van het onderzoek is naar minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gestuurd en naar de vaste commissie SZW van de Tweede Kamer. Met name is de wens geuit dat men in de toekomst beter en informatiever onderzoek naar de ontwikkeling van de medezeggenschap laat doen. Reacties van beide adressanten zijn nog niet ontvangen.


  • -

PhD Defense Marcus Meyer

Category : Nieuws

Op maandag 9 april 2018 zal Marcus Meyer promoveren op zijn proefschrift getiteld: ‘The Position of Dutch Works Councils in Multinational Corporations’.

Voor het eerst sinds bijna 5 jaar zal er weer wetenschapper promoveren op onderzoek naar de medezeggenschap. Vaak wordt er getwijfeld aan de mogelijkheid van Nederlandse ondernemingsraden invloed te krijgen op de besluiten van internationale concerns. Heeft Marcus gevonden dat er wel degelijk invloed mogelijk is?

Het dissertatie onderzoek heeft onder begeleiding gestaan van prof. Ferdinand Grapperhaus (de huidig minister van Justitie) en prof. Saskia Klosse van de Universiteit Maastricht. Vanuit de SOMz hebben we een (kleine) bijdrage kunnen leveren aan het eerste deel van het onderzoek van Marcus Meyer.

Het onderzoek dat ten grondslag ligt aan de dissertatie bestaat uit twee delen. Eerst een empirisch onderzoek naar de ervaringen en opvattingen van OR-en en bestuurders van internationale concerns en vervolgens een vergelijkende juridische verkenning van de rechten en bevoegdheden van de medezeggenschap in internationaal perspectief.

In 2015 heeft Marcus al een inkijkje gegeven in wat het eerste deel van het onderzoek zoal opleverde. Hij schreef; “Voor een effectieve en efficiënte medezeggenschap staan naast het maken van afspraken over een zo vroeg mogelijke en omvattende informatieverschaffing van het management, goede procesafspraken met betrekking tot consultatie volgens artikel 25 WOR centraal. Op basis van de interviewresultaten wordt geconstateerd dat het overleg deels zeer verschillend in de betreffende concerns wordt ingevuld en een groot aantal best practices in de praktijk wordt toegepast.”

Ook zo benieuwd wat hij verder heeft ontdekt? De openbare verdediging van het proefschrift vindt plaats in de aula van de Universiteit Maastricht op maandag 9 april om 14.00 uur.


  • -

Europees project over collectieve conflicthantering 8 maart Zonheuvel Doorn

UPDATE: Dit congres is verplaatst naar 25 april.

Op 8 maart aanstaande organiseert dr. Katalien Bollen van de Universiteit Maastricht in samenwerking met de KU Leuven en SBIFormaat en met medewerking van de SOMz een landelijk congres over de vraag hoe partijen als OR, vakbonden en ondernemingsbestuur omgaan met collectieve conflicten en wat de rol daarbij is van derde partijen zoals mediators, juristen en de Bedrijfscommissies, die kunnen interveniëren. Deelname is open voor alle betrokken partijen en interveniërende derden.

Het congres is een onderdeel van het Europees project ’Third Party Interventions in Collective Conflicts in Organisations” dat gesubsidieerd wordt door de Europese Commissie en dat tot doel heeft constructief conflictmanagement in organisaties te bevorderen. In het kader van dit project worden zowel derde partijen als conflictpartijen bevraagd over de praktijk van het omgaan met conflicten en hun tevredenheid hiermee. Het congres op 8 maart maakt onderdeel uit van dit project. Aanmelden via: https://www.sbiformaat.nl/training/conflicten-organisaties-voorkomen-beter-dan-genezen.


  • -

Workshop van de SOMz over ‘Inclusie en uitsluiting, onderliggende (machts)processen in organisaties en de rol van de OR’ voorlopig in de ijskast

Op initiatief van SOMz heeft op 30 januari een eerste bijeenkomst plaatsgevonden in het gebouw van de SER waar een zestal wetenschappers, adviseurs en medewerkers van het secretariaat van de CBM zich gebogen hebben over de vraag hoe de komende tijd door elk van beide organisaties op een nuttige manier aandacht aan deze thematiek kan worden geschonken. Dit heeft geleid tot een idee over een werkverdeling, hierbij ziet de SOMz ervan af een eigen workshop te organiseren.

Diversiteit en inclusie/ uitsluiting is een thematiek die momenteel breed aandacht krijgt. De CBM heeft het thema ‘diversiteit’ tot een van de prioriteiten voor 2018 verkozen. Ook in kringen van de SOMz is er gevraagd om aandacht voor het thema. Op uitnodiging van de SOMz hebben een zestal personen (wetenschappers, adviseurs en beleidsmedewerkers) van gedachten gewisseld over de vraag hoe het thema te benaderen en welke doelgroepen we moeten onderscheiden. Op voorhand wordt geen enkele categorie, die te maken heeft met uitsluitingsprocessen, buiten beschouwing gelaten. Ook de vraag naar een mogelijke werkverdeling was aan de orde. Vanuit de SOMz is aangeboden uit te zoeken waar en wat ‘de wetenschap’ aan kennis en know how op dit thema heeft te bieden of waar juist blanco vlekken zijn. De SOMz spreekt de hoop uit dat vanuit de SER zal worden gezocht naar wegen om aan de resultaten bekendheid te geven (bijvoorbeeld door publicatie, workshops of inleidingen). Dit betekent dat de SOMz afziet van het voornemen op korte termijn een zelf workshop te organiseren. Besloten is het beraad voort te zetten.


  • -

Meeting van onderzoekers op 19 september 2018 ‘s middags

Noteer de datum alvast!

De meeting is een netwerkbijeenkomst voor onderzoekers op gebied van medezeggenschap en medewerkersparticipatie uit de diversiteit van disciplines en instituten. De bijeenkomst is bedoeld om kennis te nemen van elkaars werk en ideeën. De deelnemers variëren van masterstudenten tot emeritus hoogleraren en alles wat zich daartussen bevindt. Het gaat om een vrije gedachtewisseling zonder publiciteit naar buiten. In besloten kring en op informele wijze maakt ieder zijn of haar onderzoek of interesse kenbaar. Daarnaast besteden we aandacht aan een speciaal thema. Het thema voor 2018 staat nog open voor suggesties. De locatie is bekend: in de gebouwen van de Utrecht School of Economics (USE).


Agenda

2018

8 januari 2018
Jaarcongres 2018 - "Robotisering en (r)evolutie van de arbeid: wat doen wetenschap en medezeggenschap ermee? Het congres heeft inmiddels plaatsgevonden. Lees hier het volledige verslag

voorjaar 2018
Workshop "Inclusie, uitsluiting, machtsprocessen en de rol van de medezeggenschap”. Na afstemmend beraad met het secretariaat van de SER/CBM heeft de SOMz besloten voorshands zelf geen workshop te organiseren, maar eerst te inventariseren wat de wetenschap heeft opgeleverd over deze thematiek. Lees verder in onze Nieuwsbrief nr.12

25 april 2018 - Werkconferentie collectieve conflicthantering binnen organisaties
Deze conferentie vindt plaats in kader van het Europese EIRE-project en wordt georganiseerd door de Universiteit Maastricht in samenwerking met de KU Leuven en SBIFormaat. De locatie is conferentieoord Zonheuvel in Doorn. De SOMz heeft medewerking verleend. Lees meer

Najaar 2018
Onderzoekersmeeting - datum voor de jaarlijkse meeting van onderzoekers op het werkterrein van de SOMz zal nog worden vastgesteld. Wij informeren u hier zo spoedig mogelijk over.